loader image

Recomposez le dialogue

Enregistrez et comparez

Hallo! Wat is je _____?
(technicus / naam / België)

Recomposez et enregistrez la phrase en anglais.

Satisfait ? Cliquez pour comparer.

Hallo! Wat is je naam?

Recomposez le dialogue

Enregistrez et comparez

Mijn naam _____ Jan. 
(ben / bent / is)

Mijn naam is Jan.

Recomposez le dialogue

Enregistrez et comparez

En wat is je ____ hier? 
(naam / job / technicus)

En wat is je job hier?

Recomposez le dialogue

Enregistrez et comparez

Ik ben _____ in de productie.
(technicus / naam / werk)

Ik ben technicus in de productie.

Recomposez le dialogue

Enregistrez et comparez

Ik ______ ______ de firma Tech Belgium.
(job voor / werk voor / ben voor)

Ik werk voor de firma Tech Belgium.

Recomposez le dialogue

Enregistrez et comparez

______ je uit Nederland?
(Kom / Werk / Ben)

Kom je uit Nederland ?

Recomposez le dialogue

Enregistrez et comparez

Ik ben _____. 
(Nederland / Nederlandstalig / België)

Ik ben Nederlandstalig. 

Recomposez le dialogue

Enregistrez et comparez

______ kom uit België.
(je / hij / ik)

Ik kom uit België.

Bravo !

Vous avez terminé la leçon 1 du cours de néerlandais !